Hierkomen

Hierkomen is voor de meeste hondeneigenaren de allerbelangrijkste oefening. En vaak is het ook juist de oefening die de meeste ergernissen oplevert. De ene hond beperkt het tot “nog even plassen baas”. Anderen maken er een spelletje van: “pak me dan, als je kan!”. Er zijn honden die zich absoluut niet lijken te storen aan het bevel en gewoon doorgaan met waar ze mee bezig waren. En dan heb je nog een categorie die heel langzaam en met grote omwegen uiteindelijk terug komt.

Soms geeft de baas de afstamming van zijn hond de schuld. Nu zijn er inderdaad zelfstandige of afstandelijke rassen (en individuen) waarbij een volledig betrouwbaar hierkomen erg moeilijk is aan te leren. In het overgrote deel van de gevallen is het probleem echter wel op te lossen of in ieder geval flink te verbeteren.

Mocht je hond om een of andere reden slecht komen op jouw verzoek, dan kun je dit het beste helemaal opnieuw trainen, alsof hij een blanco pup is, en met een nieuw woordje.

In dit artikel krijg je de nodige tips voor dit opnieuw aanleren. En je kunt lezen over een aantal veelgemaakte fouten waardoor honden leren dat hierkomen niet zo leuk is, zodat je kunt voorkomen dat je die fouten zelf maakt.

Hierkomen (opnieuw) aanleren

Tijdens de eerste lessen gehoorzaamheid wordt aan het hierkomen veel aandacht besteed. Bij puppy’s wordt de hond vastgehouden, baasje rent weg en de pup wordt losgelaten. Als het goed is, rent de puppy graag naar zijn baasje.

Meestal leer je ook direct een handigheid waarmee je rustig de halsband van de puppy onder zijn kin vastpakt en hem dan pas het lekkers geeft. Want je hond moet altijd beloond worden bij het leren hierkomen!

Een goede aanvulling is om je hond te leren dat je altijd zijn halsband rustig vastpakt iedere keer dat hij iets lekkers krijgt. In huis, maar ook buitenshuis aan de riem. Dit helemaal los van het hem roepen. Dan went hij er alvast aan voor als hij los is – sterker nog, halsband vastpakken wordt een voorbode voor lekkers en dus geweldig!

Er zijn daarnaast nog wat spelletjes waarmee je een mooie basis legt voor het hierkomen. Onderstaande spelletjes gaan van makkelijk naar gevorderder.

(1) Mijn naam is leuk!

In huis, of buiten aan de riem, zeg je op vrolijke of zelfs op neutrale toon de naam van je hond. En je geeft hem iets lekkers of speelt even kort met hem (in ieder geval een beloning die je hond geweldig vindt). Herhaal dit minimaal 10x per dag, steeds op een onverwacht moment als je hond toevallig in je buurt staat. Doe dit binnen, en doe dit buiten als je hond aan de riem zit. In het begin geef je je hond de beloning (lekkers of samen spelen) zelfs als hij niet opkijkt!

Zo leert hij dat zijn naam superleuk is, zelfs als je hem rustig uitspreekt.

Kijkt je hond steeds direct op als je zijn naam noemt, dan doe je dit binnenshuis op een afstandje. Je hond komt nu vast aanrennen (anders moet je nog even verder oefenen als hij toevallig al bij je staat). En je beloont hem weer met iets lekkers of je speelt even samen met hem. Buiten noem je zijn naam als hij aan het uiteinde van de riem is, zodat hij zich naar jou omdraait en je verwachtingsvol aankijkt.

(2) Graaispelletje

Je hond vindt het meestal niet leuk als je van bovenaf naar zijn halsband graait. Maar als hij maar net binnen je bereik staat en je bent bang dat hij weer wegloopt, wat doe je dan? Juist, waarschijnlijk toch naar die halsband graaien! Het is geen aanrader om dit te doen, maar zeker als je weet dat je dit misschien wel eens zou kunnen doen, kun je hier juist ook een spelletje van maken.

Net als bij het naamspelletje doe je dit eerst binnenshuis, en buiten aan de riem. Je zorgt dat je lekkers bij de hand hebt. Aangezien je iets gaat doen dat de hond zeker in het begin niet leuk vindt, kun je hiervoor het beste superlekkers pakken. Eerst pak je rustig de halsband van je hond vast, dan geef je hem lekkers – dan pas laat je hem weer los. Het enige dat je hond hiervoor hoeft te doen, is rustig blijven staan tot je zijn halsband vast hebt. Ook als hij schrikt of wegtrekt als je zijn band pakt, geef je hem lekkers terwijl je zijn halsband nog vast hebt! Dan pas laat je de halsband los. Als je hond schrok, doe je dit de volgende keer wel rustiger en van opzij in plaats van tegenover hem! Oefen dit steeds 2-5 keer achter elkaar.

Sneller

Als je hond dit wel een grappig spelletje lijkt te vinden, ga je sneller met je hand naar zijn halsband. Deze pak je nog steeds rustig vast, alleen je beweging naar hem toe maak je sneller. Iedere keer weer beloon je je hond terwijl je hem vast hebt, daarna laat je hem los. Nu kun je dit ook buiten gaan doen als je hond aan de riem zit. Herhaal dit steeds 2-5 keer achter elkaar.

Als je hond het ondanks je snellere beweging weer een leuk spelletje vindt, maak je je beweging naar de halsband weer rustig, maar nu graai je op het laatste moment wat ruwer naar de halsband. Weer beloon je terwijl je de halsband vast hebt.

Lomper

Als je hond ook het lompe vastpakken prima vindt en je verwachtingsvol aankijkt voor iets lekkers, graai je met een snelle beweging lomp naar zijn halsband. Weer belonen terwijl je de halsband vast hebt. Maak er een spelletje van hoe lomp je kunt graaien terwijl je hond het nog steeds allemaal geweldig vindt!

Woordje erbij als hond het leuk vindt

Bij iedere nieuwe stap in bovenstaand proces zeg je in het begin even niets. Zodra je ziet dat je hond het spelletje wel grappig begint te vinden, ga je een woordje toevoegen waarvoor je wilt dat hij gaat hierkomen. ‘Kom’, of ‘hier’, of ‘voor’, of iets heel anders. Als het maar NIET het woordje is waarop je hond eerder niet, lauwtjes of zelfs met omtrekkende bewegingen reageerde. Dat woordje is “stuk” en je hond zal er nooit meer enthousiast op reageren.

Iedere keer dat je het spelletje even moeilijker maakt, zeg je weer heel even niets, tot je de oogjes van je hond weer ziet glimmen als hij ziet dat je dit spelletje gaat inzetten. Dan mag je je nieuwe woordje weer gebruiken.

Altijd aanpassen aan je hond

Dit spelletje moet je altijd aanpassen aan je hond. De ene hond vindt lomp graaien al snel helemaal prima, de ander moet je echt heel voorzichtig en rustig beginnen en heel langzaam en in kleine stapjes opbouwen. Dit heet niet voor niets een spelletje: het moet ook voor de hond superleuk zijn. Als je hond dat niet vindt, ga je véél te snel en maak je het hierkomen juist NIET leuk!

Met je nieuwe hierkomwoordje kun je trouwens ook het naamspelletje doen, met het woordje in plaats van de naam van je hond. Omdat dit steeds gevolgd wordt door leuke dingen, gaat je hond het een prachtig woordje vinden!

(3) Heen en weer-spelletje

Een leuk spel om met 2 of meer personen te spelen, is het ‘heen en weer-spelletje’. Iedereen heeft lekkers en/of een speeltje waarmee de hond graag samen speelt. Doe dit in eerste instantie in huis, tuin of een andere plek waar je de hond veilig kunt loslaten, het beste is een plek die je hond saai vindt. Ga zo’n 5 tot 10 meter uit elkaar staan of zitten op de grond (hangt mede van de grootte van de hond af, voor een kleine hond maak je je meestal liever klein). Zorg dat de hond weet dat er allerlei leuks en lekkers te verdienen valt (later kun je dit als verrassing na goeie uitvoering laten). Eén persoon roept de hond met zijn naam of het nieuwe woordje. Als de hond komt, krijgt deze een lekkere beloning (of spelen). Als hij de beloning op heeft, roept de volgende de hond. Als hij weer reageert, krijgt hij een lekkere beloning.

Hoe enthousiaster je hond reageert, hoe leuker dit spelletje. Het enthousiasme toont natuurlijk het plezier van de hond, maar het rennen zelf vinden de meeste honden ook geweldig leuk, zodat hij een dubbele beloning krijgt. Maar, speel dit hooguit 3 minuten, de hond moet het vooral een superleuk spelletje blijven vinden. Als hij afhaakt, ben je (veel) te lang doorgegaan. Je wilt dat je hond iedere keer gretig reageert als hij geroepen wordt!

Als je hond graag reageert, kun je aan dit spel weer het graaispelletje toevoegen – in het begin doe je dit alleen zelf, als je hond daar goed op reageert, mogen ook de anderen dit doen.

Als je hond lauw reageert op anderen, zorg er dan voor dat zij de eerder beschreven spelletjes met je hond spelen. Als hij bij jou zelf lauw reageert, herhaal deze zelfde spelletjes dan weer flink en zorg voor een supersaaie omgeving om dit spelletje mee te beginnen. Vindt jouw hond andere mensen echt niet leuk, kun je dit spelletje beter niet doen, of alleen met mensen die hij wel leuk vindt.

(4) Wegrenspelletje

Dit spelletje vraagt wat voetenwerk van de baas. Dit is wel een spelletje waar je -mede afhankelijk van je hond- liefst flink wat afstand kunt nemen, dus alleen te spelen op wat ruimere veilige plekken waar je je hond kunt loslaten. Dit kun je op een veld spelen, maar ook op een pad. En met ietsje gevorderder varianten kun je het ook op een viersprong spelen. Hou wel àltijd de veiligheid van je hond en omstanders in het oog! Dit spelletje kun je prima alleen met je hond spelen.

Gooi, voor je hond duidelijk zichtbaar, iets lekkers op de grond. Zodra hij het lekkers eet, ren je weg. Als hij bijna bij je is, sta je stil, maar wel in de starthouding, alsof je direct weer wilt wegrennen.

  • Komt je hond helemaal naar jou toe (hij hoeft niet te zitten, maar wel zo dichtbij dat je hem zou kunnen pakken), gooi je weer lekkers -duidelijk zichtbaar voor je hond- in het verlengde van waar je hond vandaan kwam op de grond. Zodra hij het eet, ren je weer weg, dezelfde kant op of een andere (als je op een kruising bent, kun je kiezen uit de paden.
  • Rent je hond je voorbij, dan draai je je om en ren jij weer de andere kant op – zonder te belonen dus. Herhaal dit tot je hond bij je komt, dan geef je hem een jackpot: minimaal 5-10 koekjes achter elkaar, of samen spelen met een speeltje, in ieder geval iets dat je hond geweldig vindt.
  • Doe dit spelletje zo’n 5 minuten achter elkaar – als je conditie het toestaat ;-).
  • Als de hond de laatste keer bij je komt en je wilt het spelletje afbreken, geef hem dan een mega jackpot.

Vindt je hond dit een mooi spelletje, dan wacht je tot hij ergens (niet te intensief, hij moet je wel kunnen opmerken) staat te snuffelen. Maak een gek geluidje en als je hond naar je opkijkt, ga je in de starthouding staan. Zodra je hond naar je toe rent, ren jij ook weg, zodat hij nog eens extra versnelt. Als hij bijna bij je is, sta je weer stil. Zelfde regeltjes als hierboven aangegeven: komt hij naar je toe, beloon je hem met lekkers op de grond en een extra renspelletje. Rent hij je voorbij, ren jij de andere kant op, tot hij bij je komt (jackpot!).

Overigens, ook als je hond direct bij je komt, mag je hem gerust een jackpot geven! De hond die je voorbij rent doe je dat graag mee omdat je wilt dat bij hem heel sterkt blijft hangen: bij de baas komen levert superbeloningen op. De hond die direct komt mag deze boodschap natuurlijk ook af en toe meekrijgen, dat maakt zijn reactie alleen maar sterker!

Deze oefening kun je op diverse manieren verder uitbouwen.

  • Als je hond enthousiast op je geluidje en je starthouding reageert, ren dan niet weg als hij aankomt, maar beloon hem uitgebreid voor het hierkomen met lekkers EN dan alsnog wegrennen.
  • Als je hond superenthousiast reageert, hoef je niet meer perse in starthouding te gaan staan. Ga eerst dwars op de renrichting van de hond staan, zodat hij voor je langs voorbij zou rennen. Daarna ga je pas frontaal op de hond staan, dus je staat en kijkt in de richting waar je hond vandaan komt. Deze laatste houding remt een hond vaak af in het hierkomen, het is de moeilijkste houding voor de hond om op te reageren. Blijf deze dan ook afwisselen met de andere houdingen, of als je hond komt, draai je je om en ren je weg, zodat je hond weer achter je aan kan rennen.
  • Als je hond direct reageert op je gekke geluidje, kun je zijn naam gaan roepen in plaats van het geluidje.
  • Als je hond steeds direct bij jou komt, kun je je hierkom-woordje gebruiken. Beloon het reageren hierop geregeld met een jackpot en voortzetting van jullie renspelletje.
  • Zodra je hond doorheeft dat naar je toekomen superleuk is, kun je dit spelletje ook weer combineren met het graaispelletje – mits je hond ook dat spelletje geweldig leuk vindt.

Als je hond niet komt, is het in verreweg de meeste gevallen beter om weg te rennen dan naar je hond toe te gaan. Als je hond van je wegrent, zal hij meestal alleen maar harder rennen als je achter hem aankomt!
Dit gaat heel erg tegen ons gevoel in, maar probeer het maar eens. En als jullie het renspelletje hierboven af en toe spelen, zul je zien dat je hond hierop nog beter reageert als je van hem wegrent om hem bij je te laten komen – of zelfs alleen maar in de starthouding gaat staan!

Graag doen

Met dit soort spelletjes leert je hond al snel dat alle handelingen rondom hierkomen niet alleen heel normaal, maar zelfs geweldig leuk zijn. EN hij leert dat jij als baas volslagen leuk-gestoord bent en absoluut de moeite om in de gaten te houden – zeker als je ook nog je eigen variaties op dit soort spelletjes gaat verzinnen! Hoe meer variatie, hoe verrassender en leuker jij bent voor je hond, en hoe meer de moeite waard om in de gaten te houden.

Gewoontevorming

Het hierkomen moet voor je hond eigenlijk zo vanzelfsprekend worden, dat hij het gedachteloos uitvoert. Zoals je zelf bepaalde handelingen die je veel herhaalt, zonder nadenken uitvoert. Het moet een gewoonte worden, een automatisme.

Een automatisme kweken kan maar op één manier: oefenen, oefenen, oefenen. Dit klinkt misschien heel saai, maar met bovenstaande spelletjes en eigen variaties daarop is het dat natuurlijk helemaal niet. Roep je hond diverse keren per wandeling bij je (ook als hij aangelijnd is!), bij verschillende situaties. De eerste tijd als er geen enkele afleiding in de buurt is. Dan in iets moeilijker situaties. Dan in nog moeilijker situaties. Maar altijd met het doel dat je hond het hierkomen graag en gretig uitvoert en geen fout kan maken. Of daar minimaal geen eigen beloning uit kan halen.

Afleidingen

Voorkom dat uw hond door iets anders beloond wordt...

Het is erg handig om op een rij te zetten wat voor jouw hond afleidend is. Afleidingen zijn voor je hond meestal potentiële beloningen voor niet-luisteren. Maak een top 10 of top 20 van afleidingen. Zet deze afleidingen op volgorde van de interesse die je hond ervoor heeft. Bij het trainen begin je bij de afleiding die voor jouw hond het minst interessant is. Als hij bij die afleiding iedere keer graag hierkomt, ga je oefenen bij een iets moeilijkere afleiding.

Als de oefening met een bepaalde afleiding voor je hond net te moeilijk is, probeer het dan eens verder weg van de afleiding. Je zult zien dat je hond het op een bepaalde afstand – al is het 400 meter! – ineens wel kan (jackpot!). Dan ga je het iets dichter proberen. Zorg dat je hond aangelijnd is, eventueel aan een lange los slepende lijn, zodat je steeds kunt vermijden dat je hond zichzelf alsnog beloont.

Als je hond bij een makkelijke afleiding steeds weer prima hier komt, ga je oefenen met een iets moeilijker afleiding. Eventueel weer eerst op afstand, dan steeds iets dichterbij. En zo verder, tot je hond ook de moeilijkste afleiding aankan!

Afleidingen in scène zetten

Sommige afleidingen kun je ook zelf creëren. Daarbij is hulp van twee of zelfs drie personen vaak erg handig. Op dit manier kun je de situatie in de hand houden en ervoor zorgen dat je hond alleen maar bij jou zijn voordeel kan halen. Onderstaande oefening is een goed voorbeeld. De afleiding is weliswaar best moeilijk, maar omdat je hond alleen bij jou succes kan boeken (een fijne beloning kan krijgen), bereik je toch wat je wilt.

Afleidingsspelletje

Voor deze leuke oefening moet je met zijn tweeën of drieën zijn. De hond kent de oefening ‘wacht’ al of wordt door de ene helper vastgehouden. Je andere helper gaat ongeveer halverwege tussen de baas en de hond staan. Je roept je hond bij je. Op dat moment gaat de helper die tussen jou en je hond staat, de hond proberen af te leiden. Alle middelen zijn toegestaan, ballen opgooien, piepbeestjes laten piepen, met ritselende zakjes voer zwaaien, piepend roepen, over de grond kruipen… alles. Als de hond inderdaad naar je helper rent, draait deze zich onmiddellijk af, houdt alle leuke zaken saai weggestopt en negeert je viervoeter compleet. Hij kijkt de hond nog niets eens aan. Als de aandacht van de hond voor de helper wat begint te verslappen, roep je de hond alleen bij zijn naam en met allerlei gekke geluidjes (waarschijnlijk was je hond het eerste commando al vergeten). Zodra de hond komt, beloon je hem enorm – maak er een geweldige jackpot van: spelen, bek vol kaas, gek doen, wat jouw hond ook maar geweldig vindt… Of een combinatie van alles!

Als je dit een aantal keren herhaalt, leert je hond dat die helper misschien wel heel leuk lijkt, maar dat er eigenlijk geen klap aan is. Maar vooral leert hij dat het bij die roepende baas de allerleukste plek is! En als je dit met een aantal heel verschillende mensen herhaalt, en je roept hem NIET als hij bij iemand anders wèl succes zou kunnen boeken… Dan hebt je al snel een hond die zich, althans door mensen, niet zo snel laat afleiden!

Ken u iemand met een hond die goed luistert, ook tijdens spel met andere honden, dan kun je met een soortgelijke opzet ook voor afleiding door andere honden trainen. Zodra jij roept, geeft je helper zijn hond een commando voor af of voor strak oogcontact. Omdat deze hond niet meer ingaat op het spel van jouw hond, is hij helemaal niet meer leuk. Dan valt er bij jou hopelijk toch veel meer lol te beleven! Als hij bij je komt, geef je hem ook nu weer een enorme jackpot.

Afbouwen beloning

Veel mensen willen graag zo snel mogelijk van dat voer of dat kleffe speeltje in hun zakken af tijdens de wandeling. Jammer, ik moet je teleurstellen. Komen is namelijk geen zelfbelonend gedrag voor een hond, terwijl NIET komen erg veel kans heeft wèl belonend te zijn! Je zult het daarom zelf op een of andere manier de moeite waard moeten maken èn houden voor je hond. Dat betekent echter niet dat je tot in einde van dagen ìedere keer hoeft te belonen.

Hier ben ik, waar is die beloning? Als je hond steeds prima reageert op jouw hierkomwoordje, ook onder moeilijker omstandigheden, ga je hem ìets minder vaak belonen. Voor het hierkomen onder makkelijke omstandigheden laat je dan eens op de drie of vier keer je superbeloning weg en laat je het bij een vrolijk prijzende ‘braaf’ of ‘goed zo’. Dan beloon je je hond een op de twee of drie keer niet. Het nog verder dan dat afbouwen van je beloningsfrequentie vind ik zelf niet aan te raden, vooral gezien wat er voor je hond tegenover staat om niet te komen: vrijheid, ongebreideld snuffelen en andere superbeloningen waar hij naar eigen believen van kan genieten.

Bij het geven van de beloningen is het wel van belang om te kijken wanneer je welke beloning inzet.
Komt je hond slomig en met omwegen, beloon je hem met je stem en een droog brokje. En ga je snel weer eens het wegrenspelletje met hem doen!
Als de slome reactie gebeurt bij een enorm interessante afleiding, heeft je hond natuurlijk wel heel wat beters verdiend! En komt je hond snel in een voor hem zeer verleidelijke situatie, dan ga je helemaal uit je dak en geef je hem het beste dat je kunt bedenken, of alles tegelijk: èn een flinke handvol kaas èn wegrennen èn spelen èn gek doen! Mega jackpot!

Verschillende ‘koms’

Sommige mensen hebben wel drie of vier verschillende manieren van komen voor hun hond. De ene keer wordt “kom een beetje dichterbij” bedoeld, een andere keer “ga je mee, we gaan dat pad in”, weer een andere keer “, of “kom zodra je uitgesnuffeld en -geplast bent”. Een iets strakkere is “kom nu hier en loop netjes met mij mee”. Op zich kan dit heel goed. Het is dan wel veel begrijpelijker voor je hond als je in ieder geval een apart woordje gebruikt voor de eerste varianten versus de laatste, wat strakkere variant. Anders is het voor je hond heel erg moeilijk om te begrijpen wanneer je wat wilt, en blijft hij nog even rustig snuffelen op het moment dat jij van hem verwacht dat hij direct komt.

Vooral het woordje voor deze laatste variant van hierkomen moet je dus vaak en in allerlei situaties oefenen. En zorgen dat als je dat ene woordje gebruikt, je hond het ook kàn doen, rekening houdend met zijn niveau van training op dat moment.

Wat moet je vooral nìet doen?

Oftewel: hoe zorg je ervoor dat je hond graag blijft komen?

Straffen

Een fout die veel mensen maken als hun hond niet komt, is hem eens flink uitfoeteren, abrupt aanlijnen en/of door elkaar schudden als hij dan eindelijk bij ze is. Geen wonder dat hij niet kwam, als hem dat al eens eerder is overkomen!

Een andere fout die mensen soms maken, is te brullen en razen en tieren om hun hond bij zich te krijgen. Resultaat: als de hond al komt, dan is het langzaam en met een flinke omweg. Dit is niet om de baas te pesten, maar wel een poging, in hondentaal, om de baas wat te laten kalmeren. Hoe bozer de baas, hoe langzamer de hond en hoe groter zijn omweg.

Voor alle duidelijkheid: bij jou komen mag NOOIT bestraft worden. Al heeft je hond jou twee uur (voor jouw gevoel) voor joker gezet, straffen heeft geen enkel nut. Niet alleen dat, het werkt averechts. De volgende keer komt je hond namelijk alleen maar moeilijker. De hond associeert het straffen namelijk niet met het NIET komen – jouw reden om hem te straffen – maar juist met het WEL komen. Een hond begrijpt alleen een straf die wordt gegeven op het moment dat hij de fout begaat. Al is die straf maar vijf seconden na zijn gedrag, dan zal je hond het verband tussen zijn foute gedrag en jouw straf al niet meer begrijpen!

 

Einde pret

De riem? Wegwezen!

Een andere reden waardoor een hond minder gretig zal komen, is als jouw seintje voor hierkomen bijna altijd betekent dat het uit is met de pret: niet meer spelen met andere honden, niet meer lekker los rondrennen, maar aan de lijn en mee naar huis. Einde feest! Echter, ook het weghalen van een beloning vormt een straf voor jouw hond (net als bij een kind dat als enige geen toetje krijgt omdat hij stout is geweest). Dus zal je hond al snel wel uitkijken om te komen – of in ieder geval niet komen als hij weet dat het einde van de wandeling in zicht is.

Niet alleen buitenshuis, maar ook in huis kan na het roepen van de hond het nodige onaangenaams gebeuren: hij moet worden geborsteld terwijl zijn vacht vol klitten zit, zijn nagels moeten geknipt, hij moet zijn medicijn krijgen. En soms moet hij, als hij geroepen wordt, aangename dingen opgeven: hij moet bijvoorbeeld van de bank af of hij moet zijn “speeltje” (een schoen of zo) inleveren, enzovoort.

Allemaal redenen voor een hond om enigszins argwanend te zijn als hij geroepen wordt.

Natuurlijk moet de hond uiteindelijk aan de lijn en mee naar huis, en hij moet ook verzorgd kunnen worden. Maar voor onaangename dingen, zeker in huis, is het lang niet altijd nodig om je hond bij je te roepen, jij kunt ook naar hem toe gaan. Daarnaast is het zaak ervoor te zorgen dat je hond in 99 procent van de gevallen iets aangenaams te wachten staat als hij geroepen wordt.

Tijdens het wandelen kun je hem geregeld tussendoor bij je roepen, belonen en weer vrij geven. De volgende keer lijn je hem hem aan, beloon je hem, misschien speel je één van de hierkomspelletjes met hem, en laat je hem weer los. Het uiteindelijke aanlijnen om naar huis te gaan kun je zoveel mogelijk steeds op een ander punt van de wandeling doen. De ene keer op 300 meter vanaf het eind, dan eens aan het eind, en dan weer op 100 meter van het eind. Door alle pret bij jou na het roepen vindt hij het aanlijnen hoe dan ook niet zo’n probleem, en alle afwisseling in de plaats van het aanlijnen lost de rest van de problemen op.

Kortom, iedere vervelende ervaring die de hond heeft als jij hem roept, moet je heel goed compenseren met een heleboel keren waarop je hond iets leuks, zelfs geweldigs overkomt als hij naar je toe gerend komt.

Te grote verleiding

Nog een fout die erg gemakkelijk gemaakt is, is de hond roepen als hij heel erg is afgeleid. Dit kan door van alles zijn: hij is met een andere hond aan het spelen of hij zit een konijn achterna. Tenzij hij al goed is getraind, ook in dit soort situaties, kunt je je hond op zo’n moment beter niet het commando geven om te komen. Het risico dat hij niet komt (en er ook nog eens een beloning voor incasseert) is gewoon te groot.

Wel kun je zijn naam roepen. Als hij dan jouw kant op kijkt, zak je in de starthouding of huppel je achteruit en maak je allerlei hoge gekke hoge geluidjes. Mocht hij niet komen, dan negeert hij in ieder geval niet je commando, want je had hem niet echt iets gevraagd, alleen zijn naam geroepen en gekke geluidjes gemaakt. En als hij wel naar je toe komt, roep je je hierkomwoordje terwijl hij onderweg is. Als hij bij je is aangekomen, geef je hem natuurlijk een ENORME beloning – want wat was dat knap! Probeer je hond dus pas je commando te geven op het moment dat hij aandacht voor jou heeft. Het duidelijkst zie je dit als hij je aankijkt.

Als je hond dol is op jagen, bijvoorbeeld op konijnen, is het belangrijk zijn jacht af te breken voordat hij deze inzet. Dit kan bijvoorbeeld door een hard, scherp “NEE!” of “ah!ah!”. Zodra hij reageert, roep je hem heel vrolijk naar je toe, eventueel weer in starthouding of wegrennend, en beloon je hem weer met iets geweldigs. Heb jij het konijn eerder gezien dan je hond, roep je hond dan alvast bij je te roepen en voorkom dat hij erachteraan kan. Heeft je hond het konijn al in de gaten, dan is dat het moment om het gedrag af te breken. Als hij al op gang is gekomen, bent je te laat en is de kans dat hij komt miniem (mocht hij toch komen: MEGA JACKPOT!!!).

Bij het geven van het commando is jouw inschatting van de situatie en je timing dus soms erg belangrijk.

Oefening niet afmaken

Wat tenslotte ook wel vaker gebeurt, is dat mensen hun hond het commando geven, en al weer doorlopen zodra de hond hun kant op komt gerend, zonder de oefening af te maken. Bij de informele commando’s is dat minder erg, maar met je hierkomwoordje heeft je hond zojuist geleerd dat het niet altijd perse opgevolgd hoeft te worden. Jammer van al het zorgvuldige trainen!

Samenvattend

  1. Als je hond niet goed luistert naar jouw ‘hierkomen’, is het vaak beter om het gedrag helemaal opnieuw aan te leren, alsof het om een pup gaat. Gebruik daarbij een nieuw woordje.
  2. Zorg voor geweldige beloningen, waarbij je uitgaat van wat je hond leuk en lekker hond vindt. Zijn smaak telt. Nooit straffen voor niet komen als je hond eindelijk bij je is!
  3. Doe veel hierkomspelletjes.
  4. Zorg zelf voor het succes van iedere oefening. Bouw de training goed op. Train bewust op afleidingen. Maak een ‘afleidingen top 10’ (of 20) en werk die systematisch af.
  5. Als je hond heel goed hier komt, laat dan de beloning afhangen van de prestaties van je hond. Denk vooral ook aan jackpots!
  6. Denk eraan wanneer je je hond wel en vooral wanneer je hem niet roept – schat de situatie goed in en gebruik je woordje alleen als je zeker weet dat je hond zal komen. Anders probeer je het met zijn naam en gekke hoge geluidjes.

Veel trainings- en losloopplezier voor jou en je hond!

Sandra Hurkmans

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren